Nieuwe wetgeving Woninghuur op komst

September 9, 2017

 

Reeds bij de zesde Staatshervorming werd beslist dat het Vlaams Gewest vanaf 1 juli 2014 bevoegd zou worden voor de woninghuurwetgeving en de woonfiscaliteit. Zolang er geen Vlaams huurdecreet kwam, bleven de federale regels echter van toepassing. Concreet betekent dit de voorschriften uit het Burgerlijk Wetboek, die betrekking hebben op de huur in het algemeen (algemeen huurrecht) en in het bijzonder op de huur van onroerende goederen, bestemd tot  hoofdverblijfplaats (Woninghuurwet). 

 

Belangrijk is dat het nieuw Vlaams Huurdecreet niet alleen betrekking zal hebben op de huur van woningen, bestemd tot hoofdverblijfplaats, maar ook op studentenkamers en -woningen, en zelfs op tijdelijke huurvormen zoals tweede woningen en vakantiewoningen, evenals op de verhuring van bepaalde roerende goederen, zoals caravans en woonboten.

 

Centraal in de nieuwe wetgeving staat het ruime begrip “een voor bewoning bestemd goed of een deel ervan”.

 

Misschien wel het meest interessante onderwerp dat in de nieuwe wetgeving aan bod zal komen is de huurwaarborg.

 

In het nieuwe Vlaams Huurdecreet is een aantal nieuwigheden met betrekking tot de huurwaarborg opgenomen.

 

De maximale huurwaarborg  wordt opnieuw op drie (3) maanden gebracht. Daarmee blijkt er sprake te zijn van een jojo-beweging, in de tijd, met betrekking tot de omvang van de huurwaarborg:– vanaf 2007 was de maximale huurwaarborg, te storten op de geïndividualiseerde rekening van de huurder, bepaald op twee (2) maanden huur;– voor 2007 gold als maximum drie (3) maanden huur, welke regeling nu terug wordt ingevoerd.

 

De vormen waaronder de huurder de huurwaarborg kan vestigen, blijven gelimiteerd. De overschrijving op een geblokkeerde  rekening op naam van de huurder blijft de klassieke waarborgvorm; daarnaast blijft ook de OCMW-waarborg bestaan. De Vlaamse wetgever schrapt de in 2007 ingevoerde “bankwaarborg “, maar er worden twee nieuwe waarborgvormen toegevoegd:

 

- De zakelijke zekerheidsstelling bij een financiële instelling op naam van de huurder, bijvoorbeeld dmv een kapitalisatiebon of obligatie;

- Een persoonlijke borgstelling door een derde (natuurlijke of rechtspersoon) , die blijft gelden tot de beëindiging van de lopende huurovereenkomst;

 

Betaling van de waarborg in cash, in handen van de verhuurder, is uit den boze; indien dit toch zou gebeurd zijn, zal de huurder dit bedrag kunnen laten in aanmerking nemen als betaling van de huurprijs, mits hij tegelijkertijd hetzelfde bedrag op een geblokkeerde rekening plaatst. Voor de behoeftige huurders wordt de renteloze huurwaarborglening aangekondigd. Deze huurwaarborglening zal verstrekt worden door nog aan te duiden instanties dit namens het Vlaams Gewest. Details en voorwaarden daaromtrent dient de Vlaamse Regering nog vast te stellen.

 

Tenslotte wenst de wetgever niet dat de verhuurder de waarborg kan blijven blokkeren, lang na de beëindiging van de huurovereenkomst.  Daartoe verjaart de rechtsvordering vanwege de verhuurder tot vrijgave van de huurwaarborg in zijn voordeel reeds na 1 jaar, te rekenen vanaf de beëindiging van de overeenkomst.

 

 

Ignace LAPLAESE

 

 

Please reload

Featured Posts

I'm busy working on my blog posts. Watch this space!

Please reload

Recent Posts

January 26, 2018

Please reload

Archive